Dinsdag 12 december 2017 (iCal)


De talige vermogens van vogels

Carel ten Cate
Universiteit Leiden, Instituut voor Biologie Leiden en Leiden Institute for Brain and Cognition

 

In al zijn complexiteit is taal een unieke eigenschap van de mens en niet vergelijkbaar met de vocale communicatie bij andere diersoorten. Dat geldt ook voor de vocale communicatie bij onze nauwste verwanten: de mensapen.
Om deze reden noemt de theoretisch bioloog Eörs Szathmáry het ontrafelen van de evolutie van taal: "the hardest problem in science". Maar taal is een samenspel van verschillende vermogens en vergelijkend onderzoek kan inzicht geven in de vraag of, en in welke mate, vermogens gedeeld worden met andere diersoorten.
Daarmee kunnen we inzicht krijgen in de eigenschappen die mogelijk aan de evolutionaire basis van taal hebben gestaan en wat de cruciale verschillen tussen ons en andere diersoorten zijn.

 

In het onderzoek kijken we in hoeverre vogels taalgerelateerde vermogens hebben. Hoewel vogels en mensen evolutionair gezien ver van elkaar af staan, komen bij sommige vogelgroepen eigenschappen voor die ook in taalverwerking en -verwerving te vinden zijn, zoals de perceptie van snel geproduceerde en complex gestructureerde geluiden en het vermogen tot vocaal leren.

 

In de lezing wordt een vergelijking gegeven tussen taal en de vocale communicatie van dieren. Tevens wordt het onderzoek aan het taalgerelateerde vermogen van vogels zoals zebravinken en parkieten besproken. Eén van de onderwerpen is het proces dat een rol speelt bij de perceptie van spraak - drager van gesproken taal. Ondanks de grote variatie die sprekers van dezelfde taal laten horen zijn we toch in staat de woorden direct te herkennen. Is dit toe te schrijven aan een unieke menselijke specialisatie?

 

Een tweede onderwerp is het leerproces dat een rol speelt bij het verwerven van grammaticale regels. Dit onderwerp wordt gekenmerkt door controverses over de inzichten die dit oplevert voor het begrijpen van de evolutie van syntax. Hoewel de verschillen in talige vermogens tussen mensen en andere diersoorten aanzienlijk zijn, blijkt uit dit onderzoek dat de kloof minder breed en fundamenteel is dan sommigen die voorspiegelen.

 



Carel ten Cate studeerde biologie en promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na postdocs aan Cambridge University (UK) en een KNAW Senior Fellowship aan de RuG is hij sinds 1992 hoogleraar Gedragsbiologie aan de Universiteit Leiden.
Carel ten Cate ontving de Niko Tinbergen Preiss van het Duitse Ethologische Gesellschaft en is Honorary Fellow van de American Ornithological Society. Naast vele publicaties is hij editor van het boek ‘Avian Cognition’ (2017, Eds. Carel ten Cate en Susan D. Healy, Cambridge University Press).


Email: c.j.ten.cate@biology.leidenuniv.nl

 

Download het verslag (pdf)