Dinsdag 3 februari 2009

GENETISCHE EVOLUTIE: WAAR GAAT DAT HEEN?

Prof. Rolf Hoekstra
Laboratorium voor Erfelijkheidsleer, Wageningen UR

Sinds zo'n 4 miljard jaar bestaan er levensvormen op onze planeet. Aanvankelijk relatief simpel van structuur, maar geleidelijk aan steeds ingewikkelder en meer divers. Er is eigenlijk geen plek te vinden waar leven ontbreekt, al kunnen we dat vaak niet met het blote oog waarnemen. Zelfs in kokend hete bronnen op de oceaanbodem en diep in het ijs van Antarctica leven micro-organismen. De Darwiniaanse evolutietheorie, de centrale theorie in de biologie, verklaart de dynamiek in ontstaan, veranderen en verdwijnen van levensvormen als gevolg van verschillen in reproductie-succes van genetische varianten. Onze eigen soort, de mens, bestaat nog maar kort, slechts een paar honderdduizend jaar. Onze soort is uitzonderlijk doordat leefwijze, gezondheid en gedrag niet alleen worden be´nvloed door biologische oorzaken, maar ook in sterke mate door culturele factoren. Beide typen oorzaken kunnen tot harmonische resultaten leiden, maar ook met elkaar in conflict komen. De be´nvloeding gaat beide kanten op: biologische factoren kunnen culturele gevolgen hebben en andersom. Het ligt voor de hand aan te nemen dat culturele factoren in toenemende mate de menselijke evolutie zullen be´nvloeden en er mee interfereren, zoals bijvoorbeeld het ingrijpen in reproductieprocessen en in de genetische aanleg.

Aan de andere kunnen genetische mutaties als gevolg van moderne leefwijze en medische zorg in toenemende mate voor problemen gaan zorgen.


Rolf Hoekstra is sinds 1989 hoogleraar genetica aan Wageningen Universiteit. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar genetische aspecten van evolutie. In zijn afdeling wordt onderzoek gedaan naar veroudering bij schimmels, de evolutie van voortplantingssystemen, en experimentele evolutie met bacteriën en schimmels. Hij heeft gasthoogleraarschappen vervuld in Boedapest en Tucson, Arizona.




Download het verslag (doc)